ECLI:NL:RVS:2017:3554
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 28 maart 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 9 november 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het verzoek om de vreemdeling niet uit te zetten voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te voorzien gedurende deze periode. Gezien eerdere jurisprudentie en de omstandigheden van het geval werd het verzoek toegewezen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van €495,00. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 20 december 2017.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.