ECLI:NL:RVS:2017:337
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hogere waarden geluidbelasting voor woningen nabij nieuwe verbindingsweg Maasdijk
Het college van burgemeester en wethouders van Westland stelde bij besluit van 19 april 2016 hogere waarden vast voor de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai voor woningen aan de locaties Maasdijk A en B, in verband met de aanleg van een nieuwe verbindingsweg. Appellanten voerden onder meer aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar geluidbeperkende maatregelen zoals geluidsarm asfalt en geluidwallen, en dat het besluit in strijd was met gemeentelijk beleid en het gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het akoestisch onderzoek aantoonde dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met 2 dB werd overschreden en dat geluidsarm asfalt vanwege de aanwezigheid van kruisingen en rotondes niet doeltreffend zou zijn. Ook was het college gerechtvaardigd om af te zien van een geluidwal vanwege financiële bezwaren en de voorgenomen verwijdering van de woning in het kader van bedrijventerrein Honderdland. Het college hoefde voorafgaand aan het vaststellen van de hogere waarde geen onderzoek te doen naar maatregelen om de binnenwaarde van 33 dB te waarborgen.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college het gemeentelijke beleid uit het Toetsingskader hogere geluidgrenswaardebesluiten niet had geschonden en dat het gelijkheidsbeginsel niet was overtreden omdat de situatie van appellanten afweek van die van andere woningen waar wel geluidschermen werden geplaatst.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van hogere waarden voor geluidbelasting wordt ongegrond verklaard.