ECLI:NL:RVS:2017:3229
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting
De staatssecretaris heeft op 26 september 2017 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, dat op 27 oktober 2017 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast verzocht de vreemdeling om een voorlopige voorziening tegen zijn feitelijke uitzetting, die op 23 november 2017 gepland stond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak was exclusief bevoegd om dit verzoek te behandelen.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Ook werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat geen grond bestond om aan te nemen dat de uitzetting niet rechtmatig was of onzorgvuldig zou worden uitgevoerd. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het afwijzende vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting af.