ECLI:NL:RVS:2017:3032
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking remigratievoorzieningen wegens niet vestigen in bestemmingsland
De raad van bestuur heeft op 1 september 2015 de remigratievoorzieningen aan appellant ingetrokken en een bedrag van € 3.210,37 teruggevorderd, omdat hij niet binnen zes maanden na toekenning naar Turkije was geremigreerd en zich daar had gevestigd.
Appellant voerde aan dat hij zich in Turkije had gevestigd, onderbouwd met diverse bewijsstukken zoals uitschrijving uit Nederland, inschrijving in Turkije, bankrekening en verblijf bij familie. De rechtbank oordeelde echter dat zijn verblijf in Turkije van voorlopige aard was, hij geen zelfstandige woonruimte had, geen vaste baan kon aantonen en terugkeerde naar Nederland.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant niet als remigrant kan worden aangemerkt volgens de Remigratiewet. De voorzieningen zijn terecht ingetrokken en teruggevorderd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de remigratievoorzieningen bevestigd.