ECLI:NL:RVS:2012:BW4560
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering remigratiewetvoorzieningen na terugkeer naar Nederland
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) vorderde op grond van de Remigratiewet een bedrag van €4.142,48 terug van appellant, omdat hij en zijn gezin binnen drie jaar na remigratie terugkeerden naar Nederland. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat de wettelijke grondslag voor de terugvordering niet correct was toegepast en dat de voorwaarden na toekenning niet blijven gelden. De Raad van State oordeelde dat artikel 6 van Pro de Remigratiewet juist verwijst naar de voorwaarden in de artikelen 3 en 4, die ook na toekenning blijven gelden, en dat het Uitvoeringsbesluit deze voorwaarden nader uitwerkt.
Verder stelde appellant dat het begrip 'vestigen van hoofdverblijf' onvoldoende duidelijk was en dat het Uitvoeringsbesluit rechtskracht mist. De Raad van State verwierp deze bezwaren, onder meer omdat appellant zelf had verklaard dat zijn gezin teruggekeerd was naar Nederland. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad van State concludeert dat de terugvordering terecht is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering van remigratiewetvoorzieningen wegens terugkeer naar Nederland binnen drie jaar na remigratie.