ECLI:NL:RVS:2017:3015
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor BRP-uittreksel
Appellante verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand om bezwaar te maken tegen de weigering van de gemeente om een BRP-uittreksel van haar ex-partner te verstrekken. De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het uittreksel noodzakelijk was voor de familierechtelijke procedure.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag terecht was afgewezen, mede omdat uit het Procesreglement bleek dat het BSN volstond en eerdere procedures dezelfde gegevens betroffen. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte aannam dat geen uittreksel was gevraagd, verwijzend naar een journaalbericht.
De Raad van State bevestigt dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat het bezwaar noodzakelijk was en dat de raad de afwijzing terecht heeft gedaan. Wel oordeelt de Raad dat de rechtbank onjuist de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding als 'zeer licht' heeft vastgesteld, terwijl 'gemiddeld' passend was. Daarom vernietigt de Raad dat deel van de uitspraak en verhoogt de vergoeding van €124 naar €495.
De overige onderdelen van de uitspraak worden bevestigd. De raad voor rechtsbijstand wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak over de proceskostenvergoeding en verhoogt deze, bevestigt verder het oordeel dat de toevoeging voor rechtsbijstand terecht werd geweigerd.