ECLI:NL:RBDHA:2018:13919
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaarschrift machtiging voorlopig verblijf
Eisers zijn in beroep gekomen tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaarschriften tegen de afwijzing van hun aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf. Verweerder erkent de gegrondheid van de beroepen en kent een maximale dwangsom toe. De rechtbank overweegt dat bij niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift de indiener als aanvrager wordt beschouwd volgens artikel 4:17 Awb Pro.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift één gezamenlijk bezwaar betreft van meerdere bezwaarmakers, waardoor slechts één dwangsom verschuldigd is. De beroepen tegen het niet tijdig beslissen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het procesbelang, omdat inmiddels een reëel besluit is genomen.
Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van de beroepen tegen het niet tijdig beslissen. De beroepen tegen het besluit waarin de dwangsom werd vastgesteld zijn ongegrond verklaard. De rechtbank volgt hiermee de vaste jurisprudentie en de memorie van toelichting bij artikel 4:17 Awb Pro.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen zijn niet-ontvankelijk verklaard en slechts één dwangsom is verschuldigd voor het gezamenlijke bezwaarschrift.