ECLI:NL:RVS:2017:2651
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar handhaving bedrijfsactiviteiten op industrieterrein
Appellant verzocht het college handhavend op te treden tegen de bedrijfsactiviteiten van bedrijf A op een industrieterrein te Dronten. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat hij belanghebbende is omdat hij een concurrent of potentieel concurrent is en tevens bewoner van het industrieterrein.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij binnen hetzelfde marktsegment als bedrijf A actief was ten tijde van het besluit. Ondanks overgelegde facturen en foto’s ontbrak bewijs van daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten die concurreren met bedrijf A. Ook concrete plannen om als potentieel concurrent op te treden ontbraken. Bovendien is appellant niet direct in zijn belangen geschaad als bewoner, omdat het perceel van bedrijf A op meer dan 500 meter afstand ligt en verkeersbewegingen niet langs het perceel van appellant plaatsvinden.
De Afdeling concludeerde dat appellant geen belanghebbende is en bevestigde daarmee het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van 21 september 2016 werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.