ECLI:NL:RVS:2017:2249
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2013
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of appellante recht heeft op een voorschot kinderopvangtoeslag over het jaar 2013. De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot herzien en vastgesteld op nihil, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de kosten van kinderopvang daadwerkelijk had betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk had verklaard en dat de Belastingdienst het eerste besluit niet had mogen vervangen door het tweede besluit. Tevens voerde zij aan dat zij de kosten wel had aangetoond en dat de Belastingdienst onterecht de kwitanties niet als bewijs accepteerde.
De Raad van State oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het tweede besluit het eerste vervangt. Wel vernietigt de Raad het deel van de uitspraak waarin de rechtbank naliet de Belastingdienst te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht die appellante had gemaakt in verband met het beroep tegen het eerste besluit. De overige overwegingen, waaronder dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd van betaling van de kosten, worden bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, rechtbank vernietigd voor proceskostenvergoeding, verder uitspraak bevestigd.