ECLI:NL:RVS:2017:223
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J.J. van Eck
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking drank- en horecavergunning wegens ernstig gevaar witwassen
Appellante kreeg op 25 juli 2014 een drank- en horecavergunning en een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten verleend door de burgemeester van Leiden. Deze vergunningen werden op 1 mei 2015 ingetrokken op basis van een advies van het Landelijk Bureau Bibob, dat stelde dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunningen gebruikt zouden worden om wederrechtelijk verkregen financiële voordelen te benutten.
De rechtbank bevestigde het besluit en oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van appellante, met name uit uitkeringsfraude en fraude met kinderopvangtoeslag, niet of nauwelijks was ontnomen en dat het gevaar op witwassen via de vergunningen reëel was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het voordeel volledig was geconsumeerd en dat het bedrag te hoog was ingeschat, maar kon dit niet aannemelijk maken met haar boekhoudkundige rapportage en bewijsstukken.
De Raad van State oordeelde dat het tijdsverloop weliswaar meegewogen kan worden, maar dat het voordeel nog steeds deel uitmaakt van het vermogen zolang het niet ontnomen is. De rapportage van de boekhouder vormde slechts een indicatie en liet zien dat er in meerdere jaren sprake was van overschotten, waardoor het vermoeden van beschikbaarheid van het voordeel blijft bestaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunningen bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunningen bevestigd.