ECLI:NL:RVS:2017:2174
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting bewijs en matigingsverzoeken
De minister legde aan appellant een boete van € 3.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning. De rechtbank matigde deze boete tot € 2.000 en vernietigde het eerdere besluit. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister terecht uit mocht gaan van de juistheid van de op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, ondanks enkele formele onvolkomenheden. De aard, omvang en duur van de werkzaamheden zijn niet relevant voor het vaststellen van werkgeverschap volgens de Wet arbeid vreemdelingen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant als werkgever moet worden aangemerkt.
Verder werd het verzoek tot verdere matiging van de boete afgewezen. De minister had de boete reeds met 50% gematigd wegens marginale, incidentele arbeid. De financiële situatie van appellant was onvoldoende inzichtelijk gemaakt om tot matiging te leiden. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De boete van € 2.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd.