ECLI:NL:RVS:2017:2067
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen belang bij zorgtoeslag en kindgebonden budget
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van de definitief berekende zorgtoeslag en het kindgebonden budget over 2012, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen het teveel betaalde terugvorderde. Na een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure kende de Belastingdienst/Toeslagen alsnog zorgtoeslag en kindgebonden budget toe over de periode van 1 september tot en met 31 december 2012, waardoor appellante haar belang bij het hoger beroep verloor. Zij gaf aan zich met het besluit te kunnen verenigen en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van belang. Gezien de tegemoetkoming van de Belastingdienst/Toeslagen werd de dienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Deze uitspraak benadrukt dat het vervallen van het belang bij een hoger beroep kan leiden tot niet-ontvankelijkheid en dat een bestuursorgaan in dat geval proceskosten kan worden opgelegd indien het tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.