ECLI:NL:RVS:2016:2655
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang bij kinderopvangtoeslag 2011
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 3 maart 2015 de kinderopvangtoeslag over 2011 voor appellant definitief vast op nihil. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 3 juli 2015 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland, die dit beroep bij mondelinge uitspraak van 16 november 2015 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 12 augustus 2016 bereikten partijen overeenstemming over het aantal uren kinderopvang dat in aanmerking komt voor toeslag. De Belastingdienst/Toeslagen beloofde de toeslag op basis van deze uren opnieuw vast te stellen, waardoor appellant geen belang meer had bij een verdere beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang. Tevens oordeelde de Afdeling dat de Belastingdienst/Toeslagen, vanwege de tegemoetkoming aan appellant, veroordeeld moest worden tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De proceskostenvergoeding bedroeg €992,00 en het griffierecht €248,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.