ECLI:NL:RVS:2017:2049
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit planschadevergoeding wegens onjuiste voorzienbaarheid beoordeling
Het college van burgemeester en wethouders van Wormerland verleende in 2007 een vrijstelling van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van de cacaofabriek van Cargill B.V. op het bedrijventerrein te Wormer, waardoor hogere bouwhoogtes werden toegestaan dan oorspronkelijk gepland. De wederpartij, eigenaar van een aangrenzend perceel, stelde planschade te hebben geleden en verzocht om vergoeding.
De Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) adviseerde dat een deel van de bouwhoogteverhoging voorzienbaar was op grond van binnenplanse vrijstellingsmogelijkheden, waardoor niet alle schade voor vergoeding in aanmerking kwam. De rechtbank oordeelde echter dat voorzienbaarheid niet kon worden aangenomen op basis van niet gebruikte vrijstellingsmogelijkheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak dat voorzienbaarheid wel kan worden aangenomen indien de vrijstellingsmogelijkheden vergelijkbaar zijn met het vrijstellingsbesluit, en oordeelde dat het college het nadeel door bouwhoogte tot 12 meter als voorzienbaar mocht beschouwen, maar niet de hogere bouwhoogte. De Afdeling vernietigde het besluit van 19 november 2013 en gaf het college opdracht het gebrek te herstellen.
Na nadere motivering handhaafde het college het besluit, waarbij de SAOZ concludeerde dat de waardevermindering door de extra bouwhoogte van 15 meter niet aantoonbaar was. De Afdeling verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond, vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen in stand blijven. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: Het besluit van 19 november 2013 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.