ECLI:NL:RVS:2017:1983
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 12 juli 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 juni 2017 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in. Na onderzoek oordeelde de Afdeling dat het incidenteel hoger beroep ongegrond was en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Deze uitspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en benadrukt dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in Bagdad kan verblijven, conform eerdere jurisprudentie van de Raad van State.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.