ECLI:NL:RVS:2017:1741
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toegang tot vrijheidsbeperkende locatie wegens onvoldoende medewerking aan vertrek
De zaak betreft het geschil over de weigering van de staatssecretaris om een vreemdeling toegang te verlenen tot een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) in Ter Apel, omdat zij onvoldoende meewerkte aan haar vertrek uit Nederland. De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen deze weigering en tegen de afwijzing van vergoeding van gemaakte reiskosten. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris op grond van het beleid alleen onderdak in de VBL verleent aan vreemdelingen die zich oprecht en geloofwaardig bereid verklaren mee te werken aan hun vertrek, en dat dit beleid niet onredelijk is. De eis dat de vreemdeling concrete stappen onderneemt om vertrek te realiseren is gerechtvaardigd, mede gezien de vertrekplicht uit artikel 61 Vreemdelingenwet Pro 2000. De staatssecretaris had de weigering voldoende gemotiveerd, onder meer omdat de vreemdeling zich niet tot de Somalische ambassade of de Internationale Organisatie voor Migratie had gewend.
De grief dat de meewerkvoorwaarde in strijd zou zijn met het EVRM werd verworpen, mede omdat de staatssecretaris een voorwaardelijk aanbod van onderdak doet en geen sprake is van bijzondere psychische omstandigheden bij de vreemdeling. De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toegang tot de vrijheidsbeperkende locatie wegens onvoldoende medewerking aan vertrek uit Nederland.