ECLI:NL:RVS:2017:1409
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De vreemdeling uit Irak heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard en het verzoek om opheffing van het inreisverbod werd afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat de brief van de vreemdeling waarin hij verzocht om heroverweging van de tegenwerping van artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag, terecht als een asielverzoek en verzoek tot opheffing van het inreisverbod moet worden beschouwd. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris de grondslag van de aanvraag had verlaten.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 6 januari 2017 van de staatssecretaris ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.