ECLI:NL:RVS:2017:1371
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht vervallenverklaring tenaamstelling voertuig
Appellant verzocht de RDW om de tenaamstelling van zijn voertuig met terugwerkende kracht te laten vervallen vanaf 1 augustus 2008, omdat het voertuig toen door vandalen in brand was gestoken en afgevoerd door de gemeente. De RDW wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees ook de beroepen op schending van het EVRM en het Handvest af.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte de strafrechtelijke gevolgen van de tenaamstelling buiten beschouwing liet en dat de RDW verplicht was de tenaamstelling met terugwerkende kracht te corrigeren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de strafrechtelijke gevolgen niet in deze bestuursrechtelijke procedure aan de orde kunnen komen en dat het beleid van de RDW om terugwerkende kracht slechts in uitzonderlijke gevallen toe te staan niet onredelijk is.
De Afdeling stelde vast dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn stelling dat het voertuig in juli 2008 in brand is gestoken en afgevoerd. Ook werd geoordeeld dat de RDW een juist evenwicht heeft bewerkstelligd tussen het belang van een juiste registratie en het belang van appellant bij correctie met terugwerkende kracht.
Verder werd het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie afgewezen omdat geen twijfel bestaat over de beantwoording. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.