ECLI:NL:RVS:2016:2291
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht vervallenverklaring tenaamstelling bromfiets
De appellant verzocht de RDW om met terugwerkende kracht tot 26 juni 2011 de tenaamstelling van zijn bromfiets te vervallen te verklaren, omdat hij sinds die datum niet meer met het voertuig aan het verkeer kon deelnemen. De RDW en de rechtbank wezen dit verzoek af, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant stelde dat het weigeren van terugwerkende kracht in strijd was met Europese privacywetgeving, het EVRM, het Handvest van de grondrechten van de EU en nationale wetgeving, waaronder de Wet bescherming persoonsgegevens. Hij betoogde dat onjuiste persoonsgegevens gecorrigeerd moeten worden en dat de registratie in het kentekenregister niet zonder meer mag leiden tot strafrechtelijke gevolgen.
De Raad van State oordeelde dat de verwerking van persoonsgegevens door de RDW gerechtvaardigd is op grond van wettelijke verplichtingen en dat het beleid van de RDW om in beginsel geen terugwerkende kracht te verlenen aan vervallenverklaringen niet onredelijk is. De omstandigheden van appellant verschillen wezenlijk van eerdere jurisprudentie waarin terugwerkende kracht werd toegekend. Bovendien rust op appellant zelf de verplichting om tijdig een verzoek in te dienen. De Raad van State bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de RDW wordt bevestigd.