ECLI:NL:RVS:2018:1457
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2013-2014
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar tegen de afwijzing van haar herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 gegrond verklaarde. De Belastingdienst/Toeslagen had het verzoek afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was vanwege overschrijding van de bezwaartermijn, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Appellante stelde dat het bezwaar tijdig was verzonden en dat de Belastingdienst de enveloppe niet had bewaard, waardoor de gevolgen voor rekening van de dienst moesten blijven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar tijdig ter post was bezorgd en dat de Belastingdienst het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. Bij inhoudelijke beoordeling concludeerde de Afdeling dat de door appellante aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om de toeslag te herzien, omdat de verschuldigde kosten niet tijdig waren voldaan en de betalingsregeling te laat was getroffen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten, verklaarde het bezwaar ongegrond en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep gegrond verklaard, waarbij de rechtbankuitspraak wordt vernietigd.