ECLI:NL:RVS:2011:BP2779
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging ontgrondingenvergunning wegens verlopen vergunning
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe had bij besluit van 27 mei 2010 de geldigheidsduur van een ontgrondingenvergunning, oorspronkelijk verleend in 1998 en gewijzigd in 2001, verlengd tot 1 januari 2019. Appellanten stelden dat de vergunning op 1 januari 2009 was vervallen en dat het college ten onrechte de verlenging had toegekend.
De Raad van State oordeelde dat de vergunning inderdaad op 1 januari 2009 was geëxpireerd en daarmee geheel was vervallen. De verlenging kon daarom niet rechtsgeldig worden verleend. Het college had ten onrechte het verzoek om wijziging van de geldigheidsduur ingewilligd. Het feit dat de werkzaamheden waren gedoogd tot het moment van onherroepelijkheid van het besluit maakte dit niet anders.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellanten. De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van de ontgrondingenvergunning wordt vernietigd omdat de vergunning op het moment van het besluit was verlopen.