ECLI:NL:RVS:2017:1185
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. Kramer
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit en bestuursdwang wegens onjuiste toepassing rusttijden en bemanningsvoorschriften binnenvaart
De minister legde aan [appellante] een bestuurlijke boete op wegens het niet naleven van rusttijden en een tekort aan bemanningsleden op het motorschip, gebaseerd op exploitatiewijze B vermeld in het vaartijdenboek. De Inspectie constateerde een tekort aan een schipper en een matroos en onvoldoende rusttijd voor twee bemanningsleden.
[Appellante] betwistte de toepassing van exploitatiewijze B en stelde dat feitelijk exploitatiewijze A1 van toepassing was. De rechtbank wees het beroep af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister terecht uitging van exploitatiewijze B voor de bemanningssamenstelling, maar ten onrechte de rusttijden van A1 toepaste. De wettelijke grondslag ontbreekt voor het toepassen van A1-rusttijden terwijl het schip onder exploitatiewijze B voer.
De bestuursdwang (stakingsbevel) gebaseerd op overtreding van A1-rusttijden is daarmee onrechtmatig. De Afdeling vernietigt de eerdere uitspraak en de besluiten van de minister, herroept het stakingsbevel en het boetebesluit, en stelt de boete vast op €1.600,00 voor het tekort aan bemanning. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het stakingsbevel en boetebesluit worden herroepen en de boete wordt vastgesteld op €1.600,00.