ECLI:NL:RVS:2017:1103
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Mill-West 2016 wegens onvoldoende onderbouwing woonwagenstandplaatsen
De raad van de gemeente Mill en Sint Hubert stelde op 16 juni 2016 het bestemmingsplan Mill-West 2016 gewijzigd vast, waarbij voormalige woonwagenstandplaatsen werden opgeheven ten behoeve van reguliere woningbouw. Appellante, woonachtig in een woonwagen op een van de betrokken percelen, stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde of de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan strekte tot een goede ruimtelijke ordening. De raad voerde dat het gemeentelijke beleid om de woonwagenlocatie op te heffen gebaseerd was op financiële, economische en ruimtelijke motieven, waaronder een gebrek aan behoefte aan woonwagenstandplaatsen.
De Afdeling oordeelde dat het gebrek aan behoefte als ruimtelijk motief kan gelden, maar dat de raad dit onvoldoende had onderbouwd. De raad had niet aannemelijk gemaakt dat woningzoekenden zich konden inschrijven met de wens voor een woonwagenstandplaats, noch had hij de stelling dat omliggende gemeenten voldoende woonwagenplaatsen bieden onderbouwd.
Daarmee kon de raad de keuze om de woonwagenstandplaatsen niet langer als zodanig te bestemmen niet in redelijkheid baseren op het beleid. Het besluit is daarom in strijd met artikel 3:46 Awb Pro en wordt vernietigd voor het betreffende plandeel. De raad wordt opgedragen dit binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Mill-West 2016 wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het gebrek aan behoefte aan woonwagenstandplaatsen.