ECLI:NL:RVS:2016:823
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris wees op 3 november 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand hield. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom de vreemdeling niet tot de categorie hooggeplaatste of waardevolle personen voor het Noord-Koreaanse regime behoort, ondanks haar werk in een wapenfabriek en het bezit van militaire informatie.
De Raad van State stelde vast dat het feit dat de familieleden sinds vertrek uit Noord-Korea geen problemen ondervonden, onvoldoende is omdat de vreemdeling niet in Zuid-Korea verbleef. Hierdoor was de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk en moesten de rechtsgevolgen van het besluit worden heroverwogen.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover zij de rechtsgevolgen in stand hield en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven.