ECLI:NL:RVS:2015:1848
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering beschermingsalternatief Zuid-Korea
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 augustus 2013 de aanvragen van twee Noord-Koreaanse vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank Den Haag verklaarde hun beroepen ongegrond. De vreemdelingen stelden dat zij een reëel risico liepen door Noord-Koreaanse spionage in Zuid-Korea, vooral vanwege hun status als relatief bekende operazanger en familieleden die in Noord-Korea achterbleven.
De staatssecretaris beriep zich op het beschermingsalternatief Zuid-Korea, waar zij van rechtswege de nationaliteit zouden verkrijgen en een veiligheidsonderzoek ondergaan, dat echter niet tot verlies van die nationaliteit kan leiden. De staatssecretaris achtte de kans op ontdekking door Noord-Koreaanse autoriteiten gering en vond de asielrelazen van de vreemdelingen onvoldoende overtuigend.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom ondanks de bijzondere aandacht van Noord-Koreaanse spionnen voor personen zoals vreemdeling 1 geen reëel risico op ontdekking zou bestaan. Het feit dat vier jaar waren verstreken sinds vertrek uit Noord-Korea was onvoldoende, omdat zij niet in Zuid-Korea verbleven. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris en wees de beroepen alsnog toe. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunningen asiel worden vernietigd en de beroepen worden gegrond verklaard.