ECLI:NL:RVS:2016:688
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening voorschot kinderopvangtoeslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, waarin het bezwaar tegen de besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen tot herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag voor de jaren 2012 en 2013 niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 8 mei 2013 en 21 mei 2013, maar dit bezwaar werd pas op 14 mei 2014 ingediend, na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. De Belastingdienst/Toeslagen verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Appellante stelde dat zij eerder tijdig bezwaar had gemaakt en overhandigde brieven van mei en juni 2012, maar kon niet aannemelijk maken dat deze brieven daadwerkelijk waren ontvangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het op de indiener van het bezwaar rust om aannemelijk te maken dat het bezwaar tijdig is ingediend, bijvoorbeeld door bewijs van verzending. Dit bewijs ontbrak. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.