ECLI:NL:RVS:2016:665
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling handhaving bouwvergunning en overschrijding perceelsgrens winkel en werkplaats in Heeze
Het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende verleende bouwvergunningen aan twee partijen voor bouwwerken op aangrenzende percelen. Appellant bouwde een winkel en werkplaats die deels over de perceelsgrens van belanghebbende heen reikte, in strijd met de vergunning. Het college weigerde aanvankelijk handhavend op te treden, maar herzag dit na bezwaar en legde appellant een last op om de overtreding ongedaan te maken.
Appellant stelde beroep in tegen dit handhavingsbesluit en voerde aan dat het verzoek van belanghebbende om handhaving betrekking had op het Burgerlijk Wetboek en dat handhaving onevenredig was gezien de geringe overschrijding en de langdurige aanwezigheid van de bebouwing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het handhavingsbesluit.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd is handhavend op te treden bij overtreding van de bouwvergunning en dat de overschrijding van 13 tot 25,5 cm over de perceelsgrens geen geringe overtreding is. Het college heeft het belang van belanghebbende bij het realiseren van zijn bouwplan terecht zwaarwegend geacht. De rechtbank heeft onvoldoende rekening gehouden met de ernst van de overtreding en het belang van handhaving. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van het college gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.