ECLI:NL:RVS:2016:469
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing invordering dwangsom wegens niet-overtreden last gebruik inrit landbouwverkeer
Appellant verzocht het college om over te gaan tot invordering van een dwangsom tegen de maatschap wegens het gebruik van een inrit door landbouw- en vrachtverkeer, wat volgens een last van het college verboden was. Het college en de rechtbank oordeelden dat er geen overtreding was vastgesteld, mede omdat de door appellant overgelegde foto’s niet door een deskundige medewerker waren gemaakt en er geen controleverslag bestond.
Appellant voerde aan dat het praktisch onmogelijk was voor het college om de overtreding vast te stellen en dat zijn eigen bewijs daarom moest worden meegewogen. Ook stelde hij dat een gedoogbeschikking van het college duidde op voortgezet gebruik van de inrit. De Raad van State overwoog dat waarnemingen die leiden tot verbeurte van een dwangsom door een deskundige medewerker van het bevoegd gezag moeten worden gedaan en dat de rechtbank dit correct had toegepast.
De Raad van State verwierp het beroep van appellant en bevestigde dat de last niet was overtreden, mede omdat het college tijdens meerdere controlebezoeken geen overtredingen had geconstateerd. De gedoogbeschikking impliceerde geen overtreding van de last. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.