ECLI:NL:RVS:2016:3512
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris heeft op 23 oktober 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de staatssecretaris als de vreemdeling hoger beroep instelden.
In hoger beroep stond alleen nog de geloofwaardigheid van de gestelde bekering van islam tot christendom centraal. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen, mede omdat het arrest van het Hof van Justitie over seksuele gerichtheid niet vergelijkbaar is met een bekering. Tevens had de rechtbank buiten de grenzen van het geding getreden door te oordelen dat de staatssecretaris ook had moeten onderzoeken of de vreemdeling als afvallige zou worden beschouwd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit van de staatssecretaris zelf. Zij concludeerde dat de staatssecretaris zijn vaste gedragslijn correct had toegepast en de ongeloofwaardigheid van de bekering deugdelijk had gemotiveerd. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, het beroep van de staatssecretaris gegrond, en het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel gehandhaafd.