ECLI:NL:RVS:2016:3404
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen verrekening lijfrente-uitkering bij huurtoeslag
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van appellante over 2013 definitief vastgesteld en de reeds betaalde voorschotten teruggevorderd op grond van een lijfrente-uitkering van €3.950,00 die als inkomen werd meegeteld.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat de uitkering als afkoopsom van een ouderdoms- of nabestaandenpensioen moest worden aangemerkt, waardoor deze buiten beschouwing zou moeten blijven bij de huurtoeslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de uitkering meetelt als inkomen.
In hoger beroep betoogde appellante dat in haar situatie een uitzondering op de regel moest worden gemaakt, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de wetgeving geen ruimte laat voor afwijking buiten de specifieke gevallen die in het Besluit op de huurtoeslag zijn genoemd.
De Afdeling oordeelde dat de lijfrente-uitkering voortvloeit uit een overeenkomst met de verzekeraar en niet kan worden gelijkgesteld met een afkoop van pensioenrechten zoals bedoeld in de Pensioenwet. Daarom is het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen correct en het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.