ECLI:NL:RVS:2016:3181
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot aanwijzing restaurant als vaste trouwlocatie
Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum wees op 22 oktober 2014 het verzoek van appellant, handelend onder de naam van een restaurant in Hilversum, af om het restaurant aan te wijzen als vaste trouwlocatie. Het college motiveerde dit besluit met het argument dat het restaurant onvoldoende representatief is, omdat het niet in een architectonisch bijzonder gebouw is gevestigd, geen bijzondere uitstraling heeft en niet op een bijzondere locatie ligt.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 7 juli 2015 werd afgewezen met een verbeterde motivering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van een mandaat aan de afdeling publiekszaken om vaste trouwlocaties aan te wijzen en dat toezeggingen van medewerkers als toezeggingen van het bevoegd gezag moesten worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de toezeggingen van medewerkers niet aan het college konden worden toegerekend omdat zij niet bevoegd waren en dat uit de privaatrechtelijke overeenkomst met een conferentiecentrum niet kon worden afgeleid dat de bevoegdheid tot aanwijzing van trouwlocaties was gemandateerd aan de afdeling publiekszaken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot aanwijzing van het restaurant als vaste trouwlocatie wordt bevestigd.