ECLI:NL:RVS:2016:306
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruik bergingen in strijd met bestemmingsplan en vernietiging invordering dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van bergingen en een caravan als woning en werkplaats op zijn perceel te beëindigen. Appellant voerde aan dat het gebruik onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan viel omdat het gebruik reeds bestond vóór de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van de bergingen als zelfstandige woning en werkplaats na beëindiging van het gebruik van het hoofdgebouw niet meer onder het overgangsrecht viel en daarmee in strijd was met het bestemmingsplan. Het college was daarom bevoegd handhavend op te treden.
Ten aanzien van de invordering van de dwangsom stelde appellant dat hij aan de last had voldaan. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende feitelijke onderbouwing had geleverd voor de invordering en dat het besluit daarom vernietigd moest worden. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard, maar het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd.