ECLI:NL:RVS:2016:3056
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag na onvolledige bewijsstukken en termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing van haar aanvraag en verzoeken om herziening van kinderopvangtoeslag over de jaren 2012, 2013 en 2014 door de Belastingdienst/Toeslagen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
Appellante maakte gebruik van gastouderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag, maar de Belastingdienst stelde dat de overgelegde bewijsstukken onvolledig waren, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij aan de voorwaarden voldeed. Appellante slaagde er niet in aan te tonen dat zij de volledige kosten had betaald, met name over 2014, en kon ook niet aannemelijk maken dat er recht was op toeslag over 2012 en 2013.
De Afdeling oordeelt dat de Belastingdienst bevoegd was om de voorschotten te herzien binnen de vijfjaarsperiode na het toeslagjaar, ondanks het verstrijken van de termijnen in artikel 19 Awir Pro. Verder rust op appellante de verplichting een deugdelijke administratie bij te houden en bewijsstukken te overleggen. De Afdeling wijst het verzoek tot terugtrekking van de Afdeling als rechter af wegens gebrek aan grond voor onpartijdigheid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag bevestigd.