ECLI:NL:RVS:2016:3035
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag terugvordering wegens vermogen meerderjarige medebewoner
De zaak betreft een geschil tussen [appellant sub 2] en de Belastingdienst/Toeslagen over de vaststelling en terugvordering van huurtoeslag over de jaren 2012 en 2013. De Belastingdienst stelde de huurtoeslag definitief vast op nihil en vorderde reeds uitbetaalde voorschotten terug, omdat de meerderjarige zoon van appellant als medebewoner werd aangemerkt en diens vermogen het recht op toeslag uitsloot.
De rechtbank had het besluit van de Belastingdienst vernietigd wegens onzorgvuldige besluitvorming, maar de Raad van State stelde het hoger beroep van de Belastingdienst in het gelijk. De Raad oordeelde dat het vermogen van de meerderjarige medebewoner volgens de wet betrokken moet worden bij de berekening van de huurtoeslag en dat de Belastingdienst verplicht was de toeslag te herzien.
Appellant voerde nog aan dat de hardheidsclausule en het vertrouwensbeginsel van toepassing zouden zijn, maar deze bezwaren werden verworpen. Ook het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit werd afgewezen, omdat geen oorzakelijk verband met de schade kon worden vastgesteld.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze niet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en het verzoek om schadevergoeding niet behandelde. De rechtsgevolgen van het besluit van 23 mei 2015 blijven volledig in stand en de Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De huurtoeslag over 2012 en 2013 is terecht vastgesteld op nihil en de terugvordering blijft in stand; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.