ECLI:NL:RVS:2016:3008
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 12 mei 2015 werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas in de plaats had gesteld van dat van de staatssecretaris, waarmee zij buiten de grenzen van de wettelijke toetsing trad. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste zelf het besluit van de staatssecretaris.
Uit de beoordeling bleek dat het asielrelaas van de vreemdeling ongeloofwaardig was, onder meer vanwege tegenstrijdige verklaringen over het bezoek van de Sudanese veiligheidsdienst en onvoldoende onderbouwing van de ontvoeringsclaim. Ook het beroep op discriminatie vanwege het behoren tot de Maaliya-bevolkingsgroep werd onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Hierdoor verklaarde de Raad het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigde het de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.