ECLI:NL:RVS:2019:2742
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid bekering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat hij de door haar opgegeven bekering tot het christendom ongeloofwaardig achtte. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak omdat de rechtbank volgens hem buiten de grenzen van de wettelijke toetsing was getreden door haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas te geven in plaats van het oordeel van de staatssecretaris te toetsen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank inderdaad haar eigen oordeel had gegeven en daarmee de grenzen van de toetsing had overschreden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.