ECLI:NL:RVS:2016:2822
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008-2011
De Belastingdienst/Toeslagen herzag bij besluiten van 11 oktober 2012 de voorschotten kinderopvangtoeslag van appellant over 2008-2011, waarbij voor 2010 en 2011 de toeslag opnieuw vastgesteld zou worden na bewijs van betaling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen zich niet langer op het standpunt stelde dat appellant geen recht had op toeslag over 2010 en 2011, gezien de overgelegde betalingsbewijzen. Voor 2008 en 2009 bleef het geschil over het recht op toeslag, waarbij appellant onvoldoende bewijs leverde van volledige betaling van de kosten, mede omdat contante betalingen niet met kwitanties werden gestaafd.
Verder werd geoordeeld dat de herziening binnen de vijfjaarstermijn van de Awir plaatsvond en dat de dienst niet verplicht was een aanvraag vooraf te toetsen. Het vertrouwen op de voorschotten was niet gerechtvaardigd en de dienst was gehouden tot terugvordering van te veel betaalde voorschotten. De Afdeling vernietigde het besluit voor 2010 en 2011 en herroept de besluiten van 11 oktober 2012 voor die jaren, bevestigde het oordeel voor 2008 en 2009 en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond voor 2010-2011 met vernietiging en herroeping besluiten, beroep ongegrond voor 2008-2009.