ECLI:NL:RVS:2016:2786
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 31 juli 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 augustus 2016 het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank eerder een regeling had vernietigd waarin Marokko als veilig land van herkomst was aangewezen. De uitspraak van de rechtbank was hierdoor onzeker en het was niet uitgesloten dat deze niet in stand zou blijven. De vreemdeling gaf geen bijzondere belangen aan die onmiddellijke uitvoering van de uitspraak rechtvaardigden.
Daarom besloot de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris in afwachting van het hoger beroep geen nieuw besluit hoeft te nemen over de aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 20 oktober 2016 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft in afwachting van het hoger beroep geen nieuw besluit te nemen over de asielaanvraag.