ECLI:NL:RVS:2016:2779
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onbevoegdheid voorzieningenrechter
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de voorzieningenrechter verklaarde dit bezwaar ongegrond met toepassing van artikel 78 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat artikel 78 Vw Pro 2000 geen bevoegdheid geeft om te beslissen over bezwaren tegen inreisverboden. De voorzieningenrechter trad daardoor buiten zijn bevoegdheid door het bezwaar tegen het gecombineerde besluit af te wijzen. Dit betekent dat hoger beroep tegen die beslissing wel ontvankelijk is.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en beveelt dat de staatssecretaris een nieuw besluit neemt op het bezwaar. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte rechtsbescherming en bevoegdheidsverdeling bij gecombineerde besluiten in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.