ECLI:NL:RVS:2016:2676
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake weigering toegang en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De vreemdeling meldde zich op 4 februari 2016 bij de grens op Schiphol met het verzoek om een asielaanvraag in te dienen. De staatssecretaris legde daarop een vrijheidsontnemende maatregel op en weigerde de toegang tot Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en beval opheffing van de vrijheidsontneming. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bevoegd was kennis te nemen van het beroep tegen het besluit tot toegangsweigering, omdat de wettelijke kennisgevingsverplichting niet geldt voor de omzetting van de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, derde lid, naar artikel 6, eerste en tweede lid, met toepassing van het zesde lid van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor is sprake van een nieuw besluit waartegen apart beroep moet worden ingesteld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak dat betrekking heeft op het besluit tot toegangsweigering, en verklaarde de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen dat besluit. Voor het overige werd de uitspraak bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 992,00.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het besluit tot toegangsweigering; het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden deel van de uitspraak vernietigd.