ECLI:NL:RVS:2016:2675
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vrijheidsontnemende maatregel en toegangsweigering in grensprocedure asiel
De vreemdeling vroeg op 10 december 2015 asiel aan bij de buitengrens op Schiphol en kreeg een uitstel van het besluit over zijn toegang tot Nederland, met een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Op 24 december 2015 wees de IND zijn asielaanvraag af, weigerde de toegang en legde opnieuw een vrijheidsontnemende maatregel op. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitstel en de toegangsweigering niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel af.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het uitstellen van het besluit over toegang niet vatbaar is voor beroep en dat de rechtbank ten onrechte bevoegdheid aannam om kennis te nemen van het beroep tegen het uitstel en de toegangsweigering. De toegangsweigering is volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de Schengengrenscode immers vervat in het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag in de grensprocedure, genomen door de IND.
Verder stelt de Afdeling vast dat de Kmar geen apart besluit tot toegangsweigering hoeft te nemen na afwijzing van het asielverzoek door de IND. Ook oordeelt de Afdeling dat het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel niet automatisch het beroep tegen de toegangsweigering omvat, en dat deze apart moeten worden ingesteld. De rechtbank heeft ten onrechte het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel en toegangsweigering samen behandeld.
De klacht van de vreemdeling dat hij niet opnieuw is gehoord over de vrijheidsontnemende maatregel wordt verworpen, omdat hij voldoende gelegenheid tot zienswijze heeft gehad. De Afdeling vernietigt het vonnis voor zover het gaat over het uitstellen van het besluit en de toegangsweigering, verklaart de rechtbank onbevoegd voor deze beroepen en bevestigt het vonnis voor het overige.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis wordt vernietigd voor het uitstellen van het besluit en de toegangsweigering, terwijl het vonnis voor de vrijheidsontnemende maatregel wordt bevestigd.