ECLI:NL:RVS:2016:2669
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onterecht niet-ontvankelijkheid bij griffierecht betalingsonmacht
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een document voor duurzaam verblijf af en stelde vast dat zijn verblijfsrecht per 17 maart 2010 was geëindigd. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat hij betalingsonmacht had aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdeling, die geen recht op arbeid of sociale zekerheidsuitkering had, alleen hoefde aan te tonen dat hij geen vermogen had, wat hij deed. De rechtbank had ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van de betalingsonmacht. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van betalingsonmacht.