ECLI:NL:RVS:2016:2666
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens risico besnijdenis Nigeria
De vreemdeling, een minderjarige van onbekende nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van een reëel risico op besnijdenis in Nigeria. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat de moeder van de vreemdeling zich in Nigeria kan vestigen buiten haar voormalige woonplaats en gebruik kan maken van hulporganisaties en sociale netwerken om het risico te vermijden.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering en onjuiste interpretatie van het ambtsbericht en onderzoeksrapporten, waarbij onder meer werd gewezen op het hoge percentage besnijdenissen binnen christelijke gemeenschappen en het ontbreken van specifieke hervestigingsorganisaties.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank belangrijke feiten niet had onderkend, zoals het feit dat het cijfermateriaal geen direct verband legt tussen besnijdenis en religie, dat NAPTIP en ngo’s wel hulp bieden bij hervestiging, en dat de moeder zich buiten haar woonplaats kan vestigen om het risico te vermijden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris deugdelijk had gemotiveerd dat de moeder zich in Nigeria staande kan houden en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de mogelijkheden tot hervestiging en ondersteuning. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.