ECLI:NL:RVS:2016:246
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving van bouw- en monumentenvergunningen voor garagedeuren in gemeentelijke monumenten te Amsterdam
Het algemeen bestuur van Stadsdeel West legde Fortif en de VvE handhavingsbesluiten op om zonder vergunning geplaatste garagedeuren in gemeentelijke monumenten te verwijderen en te vervangen door deuren die voldoen aan wet- en regelgeving. De rechtbank Amsterdam vernietigde deze besluiten deels omdat zij oordeelde dat de last te verstrekkend was.
In hoger beroep betoogden Fortif en de VvE onder meer dat de vervanging van de deuren geen bouwen was en dat er geen vergunning nodig was. De Afdeling oordeelde dat de vervanging wel bouwen is in de zin van de Woningwet en dat voor gemeentelijke monumenten een vergunning verplicht is. De rechtbank had terecht geoordeeld dat sprake is van een overtreding.
Verder faalden de bezwaren dat Fortif het niet in haar macht zou hebben de overtreding te beëindigen en dat het handhavend optreden willekeurig of onevenredig zou zijn. Het algemeen bestuur mocht eisen dat de deuren voldoen aan redelijke eisen van welstand en het gemeentelijk monumentkarakter.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het in het voordeel van Fortif en de VvE oordeelde en verklaarde de beroepen ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van het algemeen bestuur werd gegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Fortif en de VvE wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het algemeen bestuur gegrond, waarmee de handhavingsbesluiten worden bevestigd.