ECLI:NL:RVS:2016:2356
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsverzoek slechte staat woning
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen de slechte staat van onderhoud van zijn woning af. Appellant stelde dat de woning ernstige gebreken vertoonde en dat het college onvoldoende expertise had gebruikt bij de beoordeling. Het college baseerde zich op een inspectierapport waarin werd geconcludeerd dat ondanks de slechte staat geen strijd was met artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de door appellant overgelegde bouwkundige notitie het rapport niet weersprak en dat er geen aanwijzingen waren dat het college onzorgvuldig had gehandeld of de zorgplicht had geschonden.
Verder stelde appellant dat het besluit in strijd was met diverse mensenrechten en sociale grondrechten, maar de Raad vond geen grond voor directe toetsing aan deze bepalingen en concludeerde dat er geen sprake was van een situatie die een risico voor het leven of de gezondheid van bewoners opleverde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van het college tot afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.