ECLI:NL:RVS:2016:2074
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en beroep
De vreemdeling werd op 15 januari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat zijn beroep ook betrekking had op de bewaring van 1 februari 2016, die aansluitend was opgelegd nadat de eerdere maatregel was opgeheven. De rechtbank had echter geoordeeld dat het beroep alleen betrekking had op de bewaring van 15 januari 2016 en dat tegen de latere maatregel apart beroep openstond.
De Afdeling bevestigde dit oordeel, verwijzend naar eerdere jurisprudentie dat elke nieuwe maatregel van bewaring apart moet worden aangevochten. De grieven van de vreemdeling faalden en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.