ECLI:NL:RVS:2016:2062
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en toetsing belangenafweging artikel 8 EVRM
Bij besluit van 16 december 2014 weigerde de staatssecretaris de verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en trok deze in. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde op 17 december 2015 dat het bezwaarbesluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank bij de toetsing van de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro onvoldoende terughoudendheid betrachtte en haar eigen oordeel in plaats van dat van de staatssecretaris had gesteld. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste het bezwaarbesluit zelf.
De staatssecretaris had alle relevante omstandigheden, waaronder het overlijden van een kind in Nederland en het langdurig beroep op de openbare kas, betrokken in zijn belangenafweging. Gezien het ontbreken van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Marokko voort te zetten, oordeelde de Afdeling dat de belangenafweging terecht in het nadeel van de vreemdeling uitviel. Ook de beroepen op het IVRK en het Handvest werden verworpen. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.