ECLI:NL:RVS:2016:2060
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens procedurele tekortkoming
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 6 maart 2016 werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op basis van een pas ter zitting ingenomen standpunt van de staatssecretaris dat de vreemdeling bij terugkeer geen reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro.
De vreemdeling klaagde terecht dat hij hierdoor niet voldoende gelegenheid had gekregen om op dit nieuwe standpunt te reageren, hetgeen in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit had moeten toestaan en dat de mondelinge reactie ter zitting onvoldoende was.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe behandeling waarbij het toetsingskader uit eerdere uitspraken van de Afdeling moet worden toegepast. Tevens werden de proceskosten in hoger beroep vastgesteld en de beslissing over vergoeding aan de rechtbank overgelaten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van het hoor en wederhoor.