ECLI:NL:RVS:2016:1908
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering lichter middel
De vreemdeling werd op 17 mei 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom niet met een lichter middel dan inbewaringstelling kon worden volstaan, vooral gezien zijn psychische toestand, waaronder een zware depressie en medicijngebruik. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bijzondere persoonlijke omstandigheden bij de motivering betrokken moeten worden.
De maatregel van bewaring bevatte slechts een standaardmotivering zonder expliciete afweging van de psychische gesteldheid van de vreemdeling. De Afdeling oordeelt dat dit niet voldoet aan de vereisten en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling krijgt gelijk, de vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en er wordt een schadevergoeding toegekend over de periode van bewaring.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding.