ECLI:NL:RVS:2015:1593
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens motiveringsgebrek en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 5 april 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de Dublinverordening op hem van toepassing was. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 24 april 2015 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de motivering van het besluit tot inbewaringstelling ontbrak in het oorspronkelijke besluit van 5 april 2015 en dat deze motivering niet achteraf in een apart document kan worden verstrekt, conform het arrest Mahdi van het Hof van Justitie. Dit motiveringsgebrek maakt de maatregel van aanvang af onrechtmatig.
Gelet hierop verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een vergoeding van €3.115,00 toegekend over de periode van 5 april 2015 tot de dag van opheffing. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.470,00.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens motiveringsgebrek en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding.